Het tijdperk van vindbaarheid

Peter Morville
29 april 2002
Vertaling door Iwan Cuijpers
21 november 2003

Het derde jaarlijkse Information Architecture Summit in Baltimore dwong me tot mijn eerste bezoek aan de nieuwe, ultramoderne terminal van het Detroit Metropolitan Airport.

Misschien had ik opgewonden moeten zijn toen ik de luchthaven op een koude ochtend in maart naderde. De 1,2 miljard dollar kostende Northwest World Gateway was immers aangekondigd als de terminal van de toekomst. Volgens Northwest Airlines stond ik op het punt om "één van de beste reiservaringen ter wereld" te ondergaan.

Maar in werkelijkheid zag ik er erg tegenop. Ik was laat voor mijn vlucht en had wanhopig behoefte aan een toilet en een kop koffie, in precies die volgorde. Waar ik geen behoefte aan had was de uitdaging om de weg te vinden in een nieuwe luchthaven.

Na "het grootste parkeerbouwwerk ter wereld dat ooit op één moment is gebouwd" drie keer rond te rijden, op zoek naar 'lang parkeren', gaf ik het eindelijk op, vroeg ik het een beveiligingsbeambte, en werd mij verteld dat de borden voor 'internationaal parkeren' feitelijk leiden naar 'lang parkeren'. Natuurlijk!

Een aantal 'cirkels van de hel' later, net verlost van de beveiligingscontrolepost op de luchthaven waar ik werd gefouilleerd, kwam ik uit in het spectaculaire centrum van Hal A. Plafonds met hoge gewelven zweefden bovenin. Luxueuze winkels flankeerden de hal. Recht vooruit vuurde een zwartgraniete, elliptische waterfontein gechoreografeerde, verlichte waterstromen, "de connecties voorstellend die door het wereldwijde reizen worden gemaakt".

Wat ik helaas niet kon vinden was een bord dat me de weg wees naar een van de 475 openbare toiletten in het 609.600 m2 grote complex. Om een lang en pijnlijk verhaal kort te maken, ik was op meer dan 9.000 meter hoogte voordat ik eindelijk m'n kopje koffie kreeg.

Benoem die pijn

Jakob Nielsen zou kunnen zeggen dat deze luchthaven bruikbaarheidsproblemen heeft. Houd een heuristische evaluatie, doe een paar gebruikerstesten, verhelp de grootste blunders en je bent goed op weg. Dat is het goede van bruikbaarheid. Het gaat voor alles op. Websites, software, camera's, vishengels en luchthavens. Het is een verdomd krachtig woord.

Lou Rosenfeld zou kunnen zeggen dat deze luchthaven 'informatiearchitectuur'-problemen heeft. Maar dat zal hij waarschijnlijk niet doen. Terwijl kaarten en borden met gemak passen in het domein van informatiearchitectuur, neem je de term wel erg ruim als je het structurele ontwerp van een terminal in een luchthaven, of het verzoek om feedback van gefrustreerde reizigers daar onder laat vallen. Of je het leuk vindt of niet, informatiearchitectuur heeft grenzen. Helaas is ons onhandige label niet zo flexibel als dat van Jakob.

Daarom zeg ik dat deze luchthaven 'vindbaarheids'problemen heeft. De moeite die ik had met het vinden van de weg domineerde alle andere aspecten van de ervaring. Net zoals bruikbaarheid is vindbaarheid op vele verschillende soorten fysieke en virtuele omgevingen van toepassing. En, misschien zelfs belangrijker, het is één woord!*

Postume (humoristische) zelfdefinitie

Bij Argus Associates hebben we een adviesbureau opgebouwd dat zich specialiseert in "informatiearchitectuur" en hebben we een boek geschreven om het onderwerp uit te leggen en uit te diepen.

In het afgelopen jaar is ons bedrijf postuum (en humoristisch) beschuldigd van het uitoefenen van "Content IA", een ongunstig label waar ik moeite mee heb.

Het is absoluut waar dat wij Argonauten de sterke punten en vooroordelen van bibliotheekwetenschappen meenamen naar de IA discussie. En focusten ons zeker meer op het organiseren van sites met gigantische hoeveelheden content dan op het ontwerpen van taak- en processtromen voor online applicaties.

Deze focus was echter een aanwijzing, niet voor een liefde voor content, maar voor een passie voor het ontwerpen van systemen dat mensen helpt te vinden wat ze nodig hebben.

Helaas konden we deze passie niet in de openheid verkondigen, omdat de meeste klanten "vindbaarheid" niet accepteerden in de negentiger jaren.

In eerste instantie focusten zij op beeld en technologie. Herinner je je de vroege dagen van glossy brochure websites and hyperactieve Java applicaties? Later leerden ze te vragen naar bruikbaarheid, schaalbaarheid en onderhoudbaarheid. Ze hadden een beetje pijn gevoeld, maar niet genoeg.

Om een grote tent te creëren verkochten we "informatiearchitectuur", daarmee een delicate balans zoekend tussen de wensen en behoeften van onze klanten. Maar de hele tijd hielden we een diepe overtuiging dat, op de lange termijn, het meest belangrijke en uitdagende aspect van ons werk zich zou richten op het in staat stellen van mensen om dingen te vinden.

Dus als je de Argus vorm van informatiearchitectuur wilt labelen, zou ik liever, in plaats van het Argus IA of Content IA of Polar Bear IA te noemen, nederig willen voorstellen het Vindbaarheid IA te noemen. Or else!

Liever pijlen dan hokken

Zoals te verwachten heb ik me altijd verzet tegen pogingen om informatiearchitectuur 'officieel' te definiëren. In een opkomend werkgebied is het laatste wat je wilt doen de identiteit ervan voorbarig in een hok te plaatsen, of moet ik zeggen doodskist?

Informatiearchitectuur bereikt echter een nieuw stadium van volwasseneheid. IA rollen en verantwoordelijkheden stabiliseren zich. De IA gemeenschap krijgt vorm. Terwijl wij insiders discussiëren over de details, is een de facto definitie van informatiearchitectuur opgedoken die een kritische massa heeft bereikt. Er is geen weg terug.

Op één niveau is dit geweldig opwindend. Voor velen van ons die hard hebben gewerkt in obscuriteit is dit een validatie dat onze visie van de toekomst geen complete gekkigheid was.

Maar het is ook beangstigend. Met volwassenheid komt rigiditeit. We vinden onszelf gevangen in hokken die we zelf hebben gemaakt. En de pijlen die ons verbinden met gerelateerde disciplines en nieuwe uitdagingen zien er behoorlijk aantrekkelijk uit.

Het is immers moeilijk te verkopen dat content management en kennismanagement en sociale computerwetenschap en participatie-economie allemaal componenten zijn van de grote paraplu van informatiearchitectuur. De IA tent is gewoon niet zo groot.

En toch zijn wij informatiearchitecten gefascineerd door deze onderwerpen. We verlangen ernaar om onze hokken te ontsnappen en de pijlen te volgen.

Voor mij biedt 'vindbaarheid' deze vrijheid. Het vervangt informatiearchitectuur niet. En het is echt geen school of vorm van informatiearchitectuur. Vindbaarheid gaat om het erkennen dat we in een multi-dimensionele wereld leven, en om het beslissen om nieuwe facetten uit te diepen die over de traditionele grenzen gaan.

Illustratie: De vele kanten van vindbaarheid

Vindbaarheid wordt niet beperkt tot content. Ook niet tot het web. Vindbaarheid gaat over het ontwerpen van systemen die mensen helpen te vinden wat ze nodig hebben.

Het komende tijdperk van vindbaarheid

Zelfs in de kleine wereld van user experience ontwerp krijgt vindbaarheid niet genoeg aandacht. Interactieontwerp is sexier. Bruikbaarheid is meer voor de hand liggend.

En toch zal vindbaarheid uiteindelijk worden herkend als een centraal en definiërende uitdaging in de ontwikkeling van websites, intranetten, kennismanagementsystemen en online gemeenschappen.

Waarom? Omdat de groeiende omvang en het groeiende belang van onze systemen een enorme last op vindbaarheid leggen. Zoals Lou poneert "ondanks deze groei verandert de set aan bruikbaarheids- en interactieontwerpproblemen niet echt... (maar) informatiearchitectuur wordt een steeds grotere uitdaging."

Er bestaat een ruime hoeveelheid bewijs om deze stoutmoedige bewering te ondersteunen. Bedrijven falen erin om vindbaarheid te leveren. Een recent onderzoek van Vividence Research leverde bijvoorbeeld op dat 'slecht georganiseerde zoekresultaten' en 'slecht informatiearchitectuur ontwerp' de twee meest voorkomende en serieuze bruikbaarheidsproblemen zijn.

Dit weerklinkt in mij ervaring in het interviewen van gebruikers van Fortune 500 websites en intranetten. Sommigen van deze arme zielen staan op het punt om in tranen uit te barsten terwijl ze vertellen over hun frustraties bij het vinden van wat ze nodig hebben in deze gigantische informatie-omgevingen.

Op de IA Summit was bruikbaarheidsexpert Steve Krug het ook eens met deze stoutmoeding bewering, opmerkend dat het motto van zijn bedrijf niet geldt voor de uitdagingen waar informatiearchitecten voor staan. Ontwerpen voor vindbaarheid is raketchirurgie!

In de komende jaren zal ons werk alleen maar moeilijker worden. Maar dat is een goed iets. Houd de volgende passage in je hoofd van een fascinerend artikel dat is geschreven door bedrijfsstrategie goeroe Michael Porter:

Bedrijven moeten stoppen met hun haast om generieke 'out of the box' gecombineerde applicaties aan te nemen. In plaats daarvan moeten zijn hun inzet van internettechnologie afstemmen op hun specifieke sterkten... De moeilijkheid van deze taak zelf draagt al bij aan de instandhouding van het resulterende concurrentievoordeel.

Die laatste zin is direct van toepassing in het werk dat wij doen. We hebben allemaal een grote hoeveelheid moelijk en belangrijk werk in de tijden voor ons. Er is een enorme hoeveelheid vindbaarheid in onze toekomst.

Where Do We Go From Here?

Ik heb dit artikel geschreven om vindbaarheid uit te diepen als woord en als concept. Ik ben erg geïnteresseerd in jullie reacties. Slaat vindbaarheid aan? Ben je geïntrigeerd door het ontwerp van vindbare objecten? Ben je klaar om een vindbaarheidsspecialist te worden? Of irriteert dit pseudo-woord je? Is vindbaarheid overgewaardeerd? Geef je de voorkeur aan een toekomst met dure, mooie luchthavens die toevallig niet navigeerbaar zijn?

I wrote this article to explore findabilty as both a word and a concept. I'd be very interested in your reactions. Does findability strike a chord? Are you intrigued by the design of findable objects? Are you ready to become a findability specialist? Or does this pseudo-word annoy you? Is findability overrated? Do you prefer a future filled with expensive, beautiful airports that just happen to be unnavigable?

Op Boxes and Arrows is een geweldige discussie aan de gang. Wat vind jij?

* Noot van de vertaler: deze zin refereert aan de engelse vorm van informatiearchitectuur, 'information architecture', dat uit twee woorden bestaat.

Oskar van Rijswijk — november 21, 2003 06:13 pm
E-mail deze tekst naar:



E-mailadres afzender:



Toelichting: